Artikel 13

1. Verdragen die op grond van het bepaalde in artikel 7 geen goedkeuring behoeven en waaraan het Koninkrijk is gebonden, en verdragen waaraan het Koninkrijk op grond van het bepaalde in artikel 10, eerste lid, is gebonden voordat deze aan de goedkeuring van de Staten-Generaal zijn onderworpen, worden zo spoedig mogelijk aan de Staten-Generaal ter kennis gebracht.

2. Gelijktijdig daarmee worden zij aan de Staten van Aruba, Curaçao of Sint Maarten ter kennis gebracht, indien het verdragen betreft die Aruba, Curaçao of Sint Maarten raken.

3. Verdragen met een geheim of vertrouwelijk karakter worden, tenzij het belang van het Koninkrijk zich bepaaldelijk tegen ter kennis brenging verzet, ter kennis gebracht onder voorwaarde van geheimhouding.

4. Indien een verdrag door de Staten-Generaal is goedgekeurd en de regering besluit niet over te gaan tot binding van het Koninkrijk aan dat verdrag, stelt de regering de Staten-Generaal direct daarvan in kennis; gelijktijdig daarmee stelt zij de Staten van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, daarvan in kennis, indien het een verdrag betreft dat Aruba, Curaçao of Sint Maarten, raakt.