Artikel 2

1. Indien ingevolge het vorige artikel bij de vaststelling van het bedrag van de uit te betalen arbeidsongeschiktheidsuitkering twee of meer uitkeringen ingevolge de sociale wetgeving van één of meer andere Mogendheden in aanmerking moeten worden genomen, welke reeds onderling onderhevig zijn aan de werking van anticumulatiebepalingen, wordt als bedrag van de betrokken uitkeringen in aanmerking genomen het bedrag, dat is vastgesteld na toepassing van de vorenbedoelde anticumulatiebepalingen.

2. Indien enerzijds een uitkering ingevolge de sociale wetgeving van een andere Mogendheid ingevolge het vorige artikel leidt tot een vermindering van het uit te betalen bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, en anderzijds de eerstbedoelde uitkering krachtens de nationale wetgeving van die andere Mogendheid, al dan niet met toepassing van enige bepaling van een voor die andere Mogendheid en Nederland geldende internationale regeling inzake sociale zekerheid, moet worden verminderd of geschorst wegens de samenloop met de arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt de vermindering van de uitbetaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering te dier zake gesteld op de helft van het bedrag, dat ingevolge dit besluit als vermindering zou zijn vastgesteld wegens samenloop met die uitkering, wanneer deze niet verminderd of geschorst zou zijn wegens samenloop met de arbeidsongeschiktheidsuitkering.

3. Indien ter zake van de samenloop met een uitkering ingevolge de sociale wetgeving van een andere Mogendheid zowel het bepaalde in het eerste lid, als het bepaalde in het tweede lid van toepassing is, wordt voor de toepassing van het tweede lid genoemde uitkering in aanmerking genomen voor hetzelfde bedrag, als waarvoor die uitkering in aanmerking zou moeten worden genomen als alleen het bepaalde in het eerste lid van toepassing was.