Bijlage 4. bedoeld in artikel 9 (buiten-leidingen) van de NKL 1999
De overeenkomst is het resultaat van besprekingen tussen het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en van brancheorganisaties van leidingbeheerders (EnergieNed, Vewin en Velin). Deze overeenkomst geldt slechts tussen de minister en de leden van genoemde brancheorganisaties. Uit oogpunt van rechtsgelijkheid is het wenselijk om verleggingen van kabels en leidingen in beheer bij niet-ondertekenaars van de overeenkomst op dezelfde wijze te vergoeden als op grond van de overeenkomst dient te geschieden. Daarom is het werkingsbereik van de NKL 1999 uitgebreid tot buiten het beheersgebied van de Minister en is bepaald dat de vergoeding voor het verleggen van een buitenleiding op dezelfde manier bepaald wordt als de vergoeding voor het verleggen van een kruisende leiding. Voor de goede orde: leden van de brancheorganisaties die de overeenkomst hebben ondertekend komen niet in aanmerking voor een vergoeding op grond van deze bijlage aangezien de vergoeding voor een verlegging buiten het beheersgebied al ’anderszins verzekerd is’, namelijk door de overeenkomst. Uitgangspunt van de overeenkomst is overigens, wil een kabel of leiding onder de overeenkomst vallen, dat de te verleggen kabel of leiding op basis van een gedoogplicht op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht (Wet van 13 mei 1927, Stb. 159) had kunnen liggen maar dat dit, om welke reden dan ook, niet het geval is. M.a.w. een dergelijke kabel of leiding dient een zeker publiek belang te hebben welk publiek belang hier wordt bepaald door het begrip ’openbaar werk’ van artikel 1 van de Belemmeringenwet Privaatrecht. Wanneer een kabel of leiding niet valt onder te brengen in één van de categorieën van openbare werken als bedoeld in artikel 1 van de Belemmeringenwet Privaatrecht dan wordt een dergelijk publiek belang niet aanwezig geacht.Bij verleggingen van buitenleidingen is wat betreft de vergoeding voor de verlegging allereerst de juridische basis waarop de te verleggen kabel of leiding ligt van belang. Ligt een kabel of leiding op basis van eigendom of een ander zakelijk recht of op grond van een gedoogplicht op grond van de Belemmeringenwet privaatrecht dan wordt de vergoeding van de verlegging op basis van de onteigeningswet bepaald. Aangezien het echter regelmatig voorkomt dat een kabel of leiding op basis van een vergunning van een ander dan de minister of op basis van een overeenkomst of een andere vorm van toestemming van de grondeigenaar ligt, is in een wettelijke schadevergoedingsregeling niet voorzien. In deze gevallen wordt de vergoeding voor een verlegging op grond van deze bijlage bepaald aan de hand van bijlage 3 waarin immers de vergoeding voor het verleggen van kruisende leidingen is vastgelegd. Deze vergoedingssystematiek stemt overeen met de vergoedingssystematiek van de overeenkomst.Een kabel of leiding die niet valt onder te brengen onder één van de categorieën openbare werken als bedoeld in artikel 1 van de Belemmeringenwet Privaatrecht wordt niet geacht een publiek belang te hebben. Voor een vergoeding van een verlegging van een dergelijke kabel of leiding, indien deze niet anderszins verzekerd is, dient daarom een beroep gedaan te worden op een algemene nadeelcompensatieregeling zoals de RNR.